Reklamo: Venu al la Universala Kongreso en Aŭstrio, 1–8 aŭg. 2026

Tabelwoorden

In Esperanto beginnen de vraagwoorden met ki-, en een hele woordfamilie staat ermee in verhouding. Omdat ze gewoonlijk overzichtelijk in een tabel worden geordend, noemt men ze tabelwoorden. Wie hun logica begrijpt, kent in één klap 45 woorden.

Ze werken als een combinatiesysteem: een eerste deel (kolom) wordt gecombineerd met een tweede deel (uitgang).

  • Eerste deel: ki- (vragend), ti- (aanwijzend), i- (onbepaald), ĉi- (allesomvattend), neni- (ontkennend)
  • Tweede deel: -o (zaak), -u (persoon), -am (tijdstip), -a (eigenschap), -el (aard & wijze), -om (hoeveelheid), -al (reden), -es (bezit)

Samengevoegd geeft dat bijvoorbeeld:

  • ki- + -am = kiam (wanneer)
  • neni- + -o = nenio (niets)
  • ĉi- + -u = ĉiu (iedereen)

De volledige tabel met alle 45 woorden en hun betekenissen staat in de bijlage: Tabelwoorden.

Ĉi

Ĉi heeft de betekenis "dichterbij".

  • tiu – die / ĉi tiu – deze (hier)
  • tie – daar / ĉi tie – hier
  • tio – dat (daar) / ĉi tio – dit hier
  • tien – daarheen / ĉi tien – hierheen

Comparatief, Superlatief

  1. Comparatief = Vergrotende trap:
  • pli bona – beter
  • pli bone – beter
  1. Superlatief = Overtreffende trap:
  • la plej bona – de beste

  • plej bone – ten beste

  • Karlo estas bona kiel vi. – Karel is goed zoals jij.

  • Li estas pli granda ol mia frato. – Hij is groter dan mijn broer.

  • Li estas la plej granda el ĉiuj. – Hij is de grootste van allen.

  1. Stellende trap: alta – hoog
  2. Vergrotende trap: pli alta (ol ŝi) – hoger (dan zij)
  3. Overtreffende trap: la plej alta (domo en la urbo) – het hoogste (huis van de stad)

Achtervoegsel -ind

-waard, -waardig:

  • aminda – beminnenswaardig
  • leginda – lezenswaardig
  • vidinda – bezienswaardig
  • nedankinde – geen dank (waard), graag gedaan
  • bedaŭrinde – helaas, jammer genoeg

Dum

dum - gedurende, terwijl:

  • Ne parolu dum la manĝo. – Spreek niet gedurende de maaltijd.
  • Ne parolu, dum via patro parolas. – Spreek niet, terwijl uw vader spreekt.
  • Dum ŝi estis en la lernejo, li laboris en la ĉambro. – Terwijl zij op school was, werkte hij in de kamer.

Kioma

  • Hoe laat is het?/ Welk uur is het? – Kioma horo estas?